
John Amerika werd geboren op 9 november 1965 in Leiden. Zijn jeugd was bewogen en vormend. Al vroeg leerde hij zich staande te houden in omstandigheden die niet vanzelfsprekend waren. Vanaf het begin was hij altijd bezig met beeldende kunst, in welke vorm dan ook. Tekenen, schilderen en het maken van beelden waren een vanzelfsprekend onderdeel van zijn jeugd.
Van jongs af aan werkte hij dagelijks met beeld en materiaal. Niet vanuit ambitie of opleiding maar, vanuit een creatieve uitlaatklep. Zo iets vast te leggen wat niet in woorden vast te leggen is. Kunst bood richting en structuur in een onrustige omgeving en werd een constante door alle levensfasen heen.
Schilderen, tekenen en het maken van beelden zijn voor hem geen afzonderlijke disciplines, maar verschillende uitingen van één voortdurende zoektocht. Het werk ontstaat traag en geconcentreerd, laag over laag. Niet om iets te verklaren of vast te leggen maar wel om ruimte te maken en los te laten.
Een terugkerend uitgangspunt in zijn werk is het wantrouwen tegen herhaling. Zodra een manier van werken een kunstje dreigt te worden, verliest het voor hem zijn waarde. Op dat punt zoekt hij bewust de breuk. Dit leidt vaak tot wat hij zelf beschouwt als een overgangsschilderij: een werk waarin het oude nog aanwezig is, maar de volgende fase zich al aankondigt.
Het oeuvre van John Amerika laat zich lezen als een stille biografie. Geen verbeelding van gebeurtenissen maar een opeenstapeling van ervaringen die wordt nagelaten in materiaal, beweging en ruimte.
